570-VUB Oefenplein – overzichtsplan en gebouw van de toegepaste wetenschappen EM/STIC

ULB – Universiteitscampus Oefenplein, Brussel 50°49’10,56″N/4°23’48,81″E

Oppervlakte van het terrein: 97.531 m²;

Vroegere versie:
Oppervlakte van het gebouw “EM/STIC”: 16.710 m²; 

Nieuwe versie:
Bruto-oppervlakte van gebouw E: 36.894 m² (ULB en VUB: 17.787 m²; HE2B : 19.107 m² );
Grondinname van gebouw E: 8.508 m².
2010- ; (01/570)
2018- ; (01/570 + 01/658).

Wedstrijd op uitnodiging
Winnend project.

Uitgevoerde diensten:

• Landschap.
• Stedenbouw.
• Architectuur.
• Binnenhuisarchitectuur.
• Structuur.
• Bijzondere technieken.
• Budgetbeheersing.
• Energieconcept en concepten van hoge milieukwaliteit.
• Projectbeheer.
• Kostencontrole.
• Algemene coördinatie.

Omschrijving:

De studie begint in 2010 met het massaplan (01/591) en de studie van de panden van ULB alleen, voor welke een bouwvergunning op 2013-05-06 verleend werd

De nieuwe hieronder beschreven versie van het project integreert de faculteiten toegepaste wetenschappen en wetenschappen van de ULB en van de VUB met de industriële ingenieurs van de Haute Ecole Bruxelles – Brabant (HE2B).

Op 2019-10-08 wordt er een nieuwe aanvraag voor een gemengde stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning ingediend die de twee entiteiten van de ULB (met inbegrip van een klein deel voor de VUB) en HE2B samenbrengt in één gebouw dat E genoemd wordt. Dit bestaat uit 6 dwarsbalken (3 voor de ULB en 3 voor HE2B) en 5 overdekte binnenplaatsen. Alle plateaus worden verdeeld door rondgangen en buitentrappen evenals door liften.

Op het vlak van brandveiligheid wordt het geheel als één enkel gebouw beschouwd dat op maximum 7 niveaus georganiseerd is, van 134,05 m lang, 62,40 m breed en 29,4 m hoog, wat in de “middelhoge” gebouwenklasse valt.

Gebouw E bevat voornamelijk auditoria, klassen, labo’s en onderwijsruimtes evenals kantoren voor het administratief personeel, de professoren en de onderzoekers.

De meeste functies zijn in de typeplateaus van de dwarsbalken ondergebracht, met uitzondering van de werkplaatsen mechanica van HE2B en aero-thermodynamica van de ULB, die zich in de ruimtes tussen de dwarsbalken bevinden, op twee niveaus, onder de vloer van de overdekte binnenplaatsen ED en EH.

Plaatsing 

De plaatsing van gebouw E volgt de hoofdlijnen van het massaplan van de wedstrijd en van de oude projectversie. Aangezien de logies die oorspronkelijk voorzien waren op de grens van de campus van de ULB en de VUB niet meer gevraagd worden, verschuift gebouw E naar het noorden tot aan deze grens. De onmiddellijke omgeving van gebouw E maakt eveneens deel uit van deze globale visie die in het originele massaplan staat.

De verkeersstromen die toegang tot gebouw E geven, worden voornamelijk gekanaliseerd door de zuid-noordverkeersas die langs de oostgevel van het gebouw loopt en die de hoofdingang van de Campus Pleinlaan van de ULB (Toegang nr. 2) verbindt met de toekomstige loopbrug die naar de VUB loopt.

Het gebouw

Flexibiliteit is één van de essentiële elementen van de vraag van de bouwheren. Deze wordt verkregen door de geometrische striktheid, de eenvoud en de bouwregelmatigheid waarbij deze laatste tot besparingen leidt, een andere essentiële vraag.

De doelstelling is een generiek gebouw te maken (“shell and core”), een beetje zoals gebouw U, van Square G op de Solboschcampus van de ULB, dit al zowat honderd jaar doet, om zowel te voldoen aan de huidige behoeften als aan deze die zullen ontstaan door de evolutie van de begrippen universiteit en onderwijs, van de aard van het onderzoek en van de ontdekkingen.

 

De hoogte van een typeniveau bedraagt 4,2 m. Deze hoogte geeft de ruimten een grote gebruiksflexibiliteit waarbij de verlichting en de natuurlijke ventilatie maximaal zijn.

De typeplateaus vormen vrije vlakken van 54 m lang en 11,75 m breed. De gangen kunnen geplaatst worden in het centrum van het plateau of zijdelings wat voor een grote inrichtingsflexibiliteit zorgt.

De “harde” kernen aan het uiteinde van de vleugels bevatten het sanitair, de kleine technische lokalen, onderhouds- en opslagruimten.

De overdekte binnenplaatsen

De dwarsbalken worden van elkaar gescheiden door overdekte binnenplaatsen. Het zijn gesloten en geïsoleerde ruimten met gematigd klimaat. Er kunnen er gezellige ruimten gecreëerd worden (ontmoetingsruimte, grote bijeenkomsten, tentoonstellingen feesten). Ze verhogen sterk de compactheid van het gebouw in energietermen.

Hun gematigde atmosfeer laat het toe om de warmte-isolatieprestaties van de gevels van de dwarsbalken te verminderen.

Energieconcept

Het belangrijkste energieprincipe van het gebouw bestaat erin de binnenomgeving te beschermen door een heel hoge compactheid (Cmax = 8,09) die varieert volgens de externe omstandigheden.  De overdekte binnenplaatsen dienen als warmtebuffer tussen de buitenomgeving en de binnenomgeving die in de dwarsbalken behandeld worden.

Tijdens het stookseizoen worden de overdekte binnenplaatsen gesloten en is de compactheid van het gebouw maximaal waardoor de verliezen door warmtedoorlating en infiltratie beperkt worden.

In het tussenseizoen en in de zomer, wanneer de buitentemperatuur hoger is dan 10°C, zijn de binnenplaatsen open op de buitenomgeving waarbij de lucht van het omliggende park binnenkomt om de ruimten te ventileren en af te koelen.

Twee dubbele gevels die de zuidgevel van de EA dwarsbalk en de noordgevel van de EK dwarsbalk bedekken, vervolledigen het systeem door de dwarsbalken aan de uiteinden te omhullen.

Verbeteringen tegenover de vroegere versie

Deze oplossingen volgen op en verbeteren het project dat ingediend werd tijdens de eerste vergunningaanvraag in maart 2011, met name op de volgende punten:
– De voornaamste horizontale en verticale circulaties zijn extern en vallen buiten de functionele volumes wat hun inrichting en hun toegangscontroles vergemakkelijkt;
– Alle plateaus zijn identiek en rechthoekig opgesteld. Het dwarsbalknummer en het niveau volstaan om een plateau te vinden;
– De structuur is in de gevel geplaatst zonder tussenzuilen wat de plateaus volledig vrijmaakt;
– De buitenrondgangen zorgen ervoor dat de verticale verkeersstromen en de noodevacuaties tussen de verschillende dwarsbalken onder elkaar verdeeld worden;
– De overdekte binnenplaatsen hebben een groot deel vloeren in volle grond waardoor deze ruimten aan biologie en botanica gewijd kunnen worden;
– De lange gevels die volledig is doorboorde staalplaat zijn, vormen eveneens een ondersteuning voor de biologie en de botanica;
– Het stookverbruik vermindert (van 47,4 kWh/m².jaar naar 13,5 kWh/m².jaar) door de verhoogde compactheid van het gebouw, het gebruik van de binnenvolumes van de overdekte binnenplaatsen als gematigde gezonde lucht, voorverwarmd door warmte-uitwisseling met de afgezogen lucht via wielwisselaars met heel hoog rendement, die op de daken geplaatst zijn;
– Het project voorziet erin het volledige afvloeiend hemelwater op de site te beperken door de bevloeiing van zijn groendaken, de voeding van de tanks van de sanitaire installaties en de infiltratie van de rest in het filterbekken dat ten oosten van het gebouw ingericht wordt.

Credits

Architecture and Engineering:
Philippe SAMYN and PARTNERS All projects are designed by Philippe Samyn who also supervises every drawing

Structural Engineering:
Philippe SAMYN and PARTNERS with SETESCO (sister company 1986-2006) or INGENIEURSBUREAU MEIJER (sister company 2007-2015) if not mentioned

Services engineering:
Philippe SAMYN and PARTNERS
with FTI (sister company since 1989)
if not mentioned


01-570 FACULTY OF APPLIED SCIENCES, ULB, BRUSSELS.
Client: BRUSSELS FREE UNIVERSITY.
Architecture:

Design Partner:
Philippe SAMYN

Administrative Partner:
Competition and project phases:
Quentin STEYAERT

Ass. Administrative Partner:
Project phase:
Dimosthènis SPANTOURIS

Associates:
Competition phase:
Laura BARBARITO, Coline BAZIER, Benedetto CALCAGNO, Jacques CEYSSENS, Thomas COOREMAN, André CHARON, France DEFRENNE, Nathan DUVIVIER, Dikran GUNDES, Thierry HENRARD, Olivier JOTTARD, Marie NAUDIN, Elli PAPACOSTA, Bianca PINTENS, Jean-Charles PUECHBLANC, Chloé STUEREBAUT.

Project phase:
Laura BARBARITO, Mariuca CALIN, Katherynne MASTEJ, Giulia PAULETTI, Fanni VAESSEN.

Structure: Structural engineering:
Competition and project phases:
INGENIEURSBUREAU MEIJER sprl, Ir Jan
MEIJER manager and Dr Ir Philippe SAMYN manager.
Services:

Building services:
Competition and project phases:
FTI (Flow Transfer International sa), Andrew JANSSENS CEO, Jean MICHIELS, Frédéric MICHAUX et Dr Ir Philippe SAMYN Administrators.

Energy consultancy:
Competition and project phases:
CERNERGIE scrl (Ir Lionel WAUTERS).
Competition phase:
AirSR sprl (Dr Ir D. OLIVARI, Dr Ir Ph SAMYN, Dr Ir F. MASY).

Acoustics counsultancy:
Competition and project phases:
DAIDALOS PEUTZ (Ir P. MEES).

Microclimate consultancy:
Competition and project phases:
Von KARMAN INSTITUTE FOR FLUID
DYNAMICS (Ir Ph. PLANQUART).

Urban planning consultancy:
Competition phase:
AGORA (Rodolphe DEHARD, Serges PEETERS).

Economist:
Competition and project phases : AMIRATO (Ing. Martine FORGET).


Fotografen:

Foto model: Andres FERNANDEZ MARCOS

Model Masterplan
Renders 2020-09-18
Project 2 • Bouwaanvraag 2019-10-08
Project 2 • Schets 2018-06-22
Project 1 • Aanbesteding 2013-09-30
Project 1 • Wedstrijdfase 2010-05-05
Tekeningen Masterplan

For plans sections and elevations, please refer to the archives section of the site available from the “references” menu.

570-VUB Oefenplein - overzichtsplan en gebouw van de toegepaste wetenschappen EM/STICFilippo Aimo