546-378 Residential units for the Brussels CPAS

BELGÏE

(2008); (01-546).
Wedstrijd op uitnodiging, tweede plaats voor de site Noord.

9.012 m², 14.300 m², 27.900 m² (01/544, 01/545, 01/546).

Uitgevoerde diensten:

• Inrichting van de directe omgeving
• Architectuur
• Structural engineering
• Engineering van de speciale technieken

Beschrijving:

Het project betreft een geheel van 378 woningen van verschillende grootte, verdeeld over drie sites (Noord, Oost en West) langs de Bruynstraat, een straat met matig verkeer.
De westkant van de site Noord en de oostkant van de site Oost zijn omzoomd door een park.

Integratie van de gebouwen in de stedelijke omgeving
De schikking van de bouwwerken onderstreept het verloop van de weg en biedt hier en daar uitzichten op en semi-privatieve toegangen tot het park in het westen en de boerderij “Nos Pilifs” in het oosten. De drie sites worden behandeld als een in de omgeving geïntegreerd geheel, zowel wat betreft de hoogte (gebouwen “GV+3”, huizen “GV+1” en enkele accenten “GV+7”), als voor de grondinname (alle gebouwen zijn van beperkt formaat en de huizen zijn gegroepeerd per maximum 6 eenheden).

Ten westen van de Bruynstraat vormen de paden tussen de 4-lagige gebouwen langs de straatkant, semi-privatieve omheinde delen die leiden naar de huizen die noord-zuid georiënteerd zijn.
Deze omheinde delen, die dienst toen als speelruimte, geven toegang tot alle parkeerplaatsen en tot het openbaar park.
In de gebouwen “GV+3” liggen de slaapkamers aan de oostkant (straatkant waar het ‘s nachts rustig is), terwijl de woonkamers zich aan de westkant bevinden met uitzicht op het park (overdag beschermd van het straatlawaai). Deze configuratie is ideaal voor het zonlicht.
De huizen worden door de hogere gebouwen afgeschermd van het lawaai en hebben dankzij hun tuinen een ruime opening op het zuiden.
In het noorden van de site is een in het landschap geïntegreerd geluidsscherm aangebracht om de site te isoleren van het lawaai van de Tyraslaan.

Door deze schikking van gebouwen profiteert men ook optimaal van de heersende zuidwestenwind in de zomer en is men beschut tegen de koude noordoostenwind in de winter.

Op de site Oost zou men in de gebouwen “GV+3″en “GV+7”, als variant, de slaapkamers aan de noordkant en de woonkamer aan de zuidkant kunnen inrichten.
De omheinde delen in deze zone leiden naar de site “Nos Pilifs”.

De sociale gemengdheid wordt op natuurlijke wijze verzekerd door de verdeling van de verschillende types bouwvolumes. De in het programma gevraagde verdeling tussen woningtypes wordt strikt gerespecteerd: de 3-kamer- en 4-kamerwoningen bevinden zich vooral in de huizen, terwijl de collectieve gebouwen 2-kamerappartementen op de verdiepingen en 1-kamerappartementen of studio’s op gelijkvloers niveau hebben.
Op de site Noord, ter hoogte van de rotonde zijn er drie gebouwen met 7 verdiepingen (die ook 28 3-kamerappartementen bevatten) en twee gebouwen met 3 verdiepingen, respectievelijk ten oosten en ten westen van een openbaar plein met lokale handelszaken en een kinderdagverblijf.

Daarnaast zijn ook commerciële lokalen voorzien in het noorden van de site West en een kinderdagverblijf in het zuiden van de site Oost.
De Groene Wandeling die de site Noord doorkruist, slaat ter hoogte van de site West af naar Bruyn-Oost en leidt tussen twee kleine torens met 7 verdiepingen naar het domein “Nos Pilifs”.

De parkeerplaatsen zijn aangelegd in de privatieve gedeelten, de meeste op gelijkvloers niveau, en worden natuurlijk verlicht en verlucht.
De parkings van de gebouwen rond het “marktplein” van de site Noord zijn de enige die ondergronds zijn ingericht, met directe toegang tot de gebouwen. Ze worden wel ook natuurlijk verlucht en verlicht door middel van tuinen, Engelse koeren en lichtschachten die uitmonden onder de banken rond het “marktplein”.

Naleving van stedenbouwkundige en veiligheid-snormen
Het project werd door het studieteam aan een interne controle onderworpen conform de ISO-procedures 9001 & 14001. Er werd bijzondere zorg besteed aan de strikte naleving van de vigerende normen en regels en de kwaliteitshandvesten en codes van goede praktijk.
De keuze voor een beperkte gebouwhoogte, op natuurlijke wijze ingegeven door het streven naar een uitnodigende sfeer, leidt ertoe dat alle bouwwerken behoren tot het type “laag gebouw” (behalve de “GV+7”, die middelhoge gebouwen zijn), zodat de kosten voor brandpreventie tot het strikte minimum beperkt blijven.
De hiërarchische ordening van de buitenruimten en de gemeenschappelijke ruimten, maakt een duidelijke organisatie van de inbraakbeveiligingssystemen mogelijk.

Esthetische kwaliteit van de gebouwen
De schikking van de bouwvolumes, behandeld met soberheid en terughoudendheid, in combinatie met de aanpak van de omgeving, vormt het kernelement van de compositie. Een andere belangrijk element zijn de ruime terrassen, inspringend in de woonkamers, (geschrankt tussen verdiepingen om de continuïteit van het thermisch omhulsel te verzekeren), de uitspringende daken en doorlopende waterlijsten, die de gevel beschermen tegen vocht en geleiders vormen voor de luiken.
Er wordt een regelmatige verdeling van de verticale gevelopeningen voorgesteld. De volle vlakken zijn in lichte en neutrale kleuren, geaccentueerd door de kleurrijke luiken. De polychromie is een artistiek project op zich, van de hand van Leon Wuidar, dat aansluit op een eeuwenoude traditie maar een nog te schrijven verhaal vertelt … Hier dient de notie van “patchwork”te worden toegelicht.

Esthetische kwaliteit van de wooneenheden
Het streven naar compactheid van de woningen is erop gericht de bouw- en werkingskosten te drukken en gaat samen met een ruimtelijke organisatie met oog voor verhoudingen en aanwezigheid van natuurlijk licht.
De leefruimten zijn geplaatst langs de gevelkant, terwijl de gemeenschappelijke trappenhuizen, verlicht van bovenaf, midden in het gebouw lopen waardoor de centrale zones extra van het daglicht kunnen profiteren.
Meer dan de helft van de appartementen heeft een derde gevel aan de zuid- of noordkant.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de aanpak van de ruime terrassen van de westelijk georiënteerde woonkamers, die geïntegreerd zijn in het bouwvolume en beschutting bieden tegen regen, zon en lawaai. Met de bijkomende vensters op de gevels, creëren ze een lichte sfeer en een opmerkelijk gevoel van ruimte. Ze zijn geschrankt van verdieping tot verdieping om aan het gebouw een volkomen thermische continuïteit te verlenen; de isolatielaag wordt door het plafond en de vloer van die terrassen doorgetrokken.
Ook meer dan een derde van de huizen heeft een derde gevel. Ze zijn ofwel gericht op een tuin in het oosten, of op het park in het westen, wat betreft de site Noord.

Uitnodigende inrichting

De buitenruimten

De buitenruimten zijn hiërarchisch ingedeeld van openbaar naar semi-openbaar en privé naar semi-privé. De semi-openbare ruimten van het project sluiten aan op de openbare ruimten en de omgevende groene ruimten.
De recreatieve en sociale activiteiten in de omheinde delen bevorderen het veiligheids- en samenhorigheidsgevoel van de bewoners en hun kinderen.
De inrichting van de openbare, semi-openbare en semi-private tuinen is uitgedacht als een harmonisch geheel, in de geest van de tuinwijken van Watermaal-Bosvoorde.

De gemeenschappelijke binnenruimten

De verticale circulatiehallen hebben een groot glazen dak en baden daardoor in natuurlijk licht. Het overvloedig licht in de halls brengt ook extra licht te midden van de appartementen, via kleine raampjes met brandwerend en akoestisch glas.
De muren van de halls, in lichte kleuren, absorberen ook het geluid.
De wanden en plafonds van de liften zijn in glas om het gevoel van comfort en veiligheid te verhogen.

Parkings

Alle parkings zijn natuurlijk verlicht en verlucht, ook het groot ondergronds geheel onder het marktplein, met hun tuinen in de vorm van Engelse koeren die de gezelligheid, veiligheid en energiezuinigheid bevor-deren.

Collectieve uitrustingen

Het “marktplein” op de site Noord is een grote uitnodigende ruimte met een kinderdagverblijf, omgeven door buurtwinkels, die ook toegankelijk is voor de voetgangers die de site doorkruisen. Overdekte galerijen onderstrepen het eenheids-karakter van dit deel van het complex met een grotere bebouwingsdichtheid.
Ook de sites Oost en West zijn omgeven door een ruimte met buurtwinkels in het noordwesten en een kinderdagverblijf in het zuidoosten.

Keuze van de materialen.
De keuze van de materialen zal steunen op de gedetailleerde technische projectstudies, in wisselwerking met de keuze van constructieve elementen en het wenselijk geachte, te bereiken prestatieniveau.
De doelstellingen die dit proces beoogt zijn:

1. Het beperken van de aangewende hoeveelheden tot het strikt noodzakelijke minimum.

2. Het aanwenden van stevige en duurzame materialen die eerder een “patina” krijgen dan dat ze vuil worden. Gekende materialen met een beproefde duurzaamheid, beheerste veroudering en minimaal onderhoud genieten de voorkeur boven alle andere materialen.

3. Gebruik van demonteerbare componenten die herbruikbaar zijn zonder hoge verbouwingskosten.

4. Het zoveel mogelijk beperken van afval en allerhande snij- en boorwerkzaamheden op de bouwplaats.

5. Een heel strikte controle van het niet-toxisch karakter van de aangewende producten.

6. Bouwmaterialen en -elementen die gemakkelijk te onderhouden zijn zonder gesofistikeerde technologieën, al moet men op dit vlak wel oog blijven hebben voor de technologische vooruitgang.

7. De mogelijkheid om de materialen aan te passen en te doen evolueren volgens de vooruitgang van wetenschap en technologie, waarbij de initiële inspanningen maximaal worden gewijd aan wat niet eenvoudig kan worden veranderd (bijvoorbeeld de gebouwschil), en meer mogelijkheden worden gelaten voor wat makkelijker kan evolueren in de levensloop van het gebouw (bijvoorbeeld de technische uitrustingen).

In dit verband wordt opgemerkt dat de gebouwen worden opgetrokken in dragend metselwerk van kalksteenblokken, met isolatie en dunne pleisterlaag. De overspanning van de gewapende betonvloeren blijft beperkt tot het strikt noodzakelijke. De studie van de gebouwschil en het isolatieniveau zal worden verricht in overleg tussen alle tussenkomende partijen; de keuze van het materiaal blijft open in dit stadium van voorontwerp om rekening te kunnen houden met mogelijke denkpistes en suggesties van de partners. Wat kan men zeggen over hydraulische pleister, brandwerende houten platen of vezelcement of nog geprofileerde metalen platen of cassettes?
De ramen zijn in hout en hun oppervlakte beperkt tot het strikt noodzakelijke, niet alleen om warmteverliezen te beperken maar ook opdat ze door hun stijfheid een optimale luchtdichtheid zouden bieden. Ze worden allemaal uitgerust met buitenzonweringen en luiken.
Wat met het dilemma van de glaskeuze: opteren voor glas met zeer hoge thermische prestaties maar dat de kleuren vervormt, of omgekeerd, voor kristalglas dat minder isolerend is maar de kleuren beter respecteert?
De hoogisolerende veelkleurige luiken bestaan uit hogedruk-melamineplaten of cassettes in gelakt staal, versterkt met isolatie voor gemakkelijk onderhoud en duurzaamheid en ook structurele stijfheid zodat een goede luchtdichtheid wordt verkregen.
De uitstekende daken zijn in duurzaam en onderhoudsvriendelijk metaal.
De technische uitrustingen zullen zodanig bestudeerd en opgesteld worden dat de doorbrekingen en sleuven in de muren en schotten en onder de vloerbedekkingen tot een minimum beperkt worden; ook wil men proberen zonder chape te werken terwijl de gewenste akoestische isolatie wordt verzekerd.

Polychromie van de luiken: Leon Wuidar

1 Zie in dit verband: BULLETIN DE LA CLASSE DES BEAUX ARTS. Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België – 6e reeks, deel XVII 2006 7/12, pp. 323-353 ; Ph. Samyn “Les vertus du patchwork et la façade du Conseil de l’Union Européenne”.

Credits:

Architecture and Engineering: Philippe SAMYN and PARTNERS All projects are designed by Philippe Samyn who also supervises every drawing
 Structural Engineering: Philippe SAMYN and PARTNERS with SETESCO (sister company 1986-2006) or INGENIEURSBUREAU MEIJER (sister company 2007-2015) if not mentioned
Services engineering: Philippe SAMYN and PARTNERS with FTI (sister company since 1989) if not mentioned

01-546 378 RESIDENTIAL UNITS FOR THE BRUSSELS CPAS, NEDER-OVER-HEMBEEK.
Client: C.P.A.S. – O.C.M.W, BRUSSELS
Architecture: Partner in charge : J. Ceyssens.
Associates : L. Battard, F. Bernigaud, G. Bourdin, L. Bouttiau, M. Chtourou, Å. Decorte, R. Desmet, D. Ferier, V. Fruchart, O. Jottard, D. Mélotte, J. Nivelle.
Renders
Tekeningen

For plans sections and elevations, please refer to the archives section of the site available from the “references” menu.

546-378 Residential units for the Brussels CPASFilippo Aimo